Dit gerecht kunt u ook in de schappen van de kruidenier in glazen potjes terugvinden. Net als bij vele andere gerechten zijn de zoetheid en het zuurtje helemaal naar eigen smaak aan te passen als je de atjar zelf maakt.
Je kunt in deze atjar vele soorten groente verwerken die lekker knapperig blijven, maar dan krijgt het gerecht meer het karakter van hoofgerecht dan van bijgerecht. Ik kies hier voor atjar als manisan-toespijs (zoet). Voor dit gerecht heb ik spitskool en worteltjes in fijne reepjes, en een reepje paprika in fijne stukjes gesneden. De paprika en ui in fijne snippers zijn er eerder als specerij dan als meeknapperend ingrediënt aan toegevoegd. Knapperige zacht zoetzure frisheid geven bij de indische dis is mijn overduidelijke bedoeling hier.
Ingrediënten:
250 g spitskool
75 g reepjes worteltjes
1 reepje paprika van 5x2 cm in fijne stukjes
1 theelepel zout
1 uiring van 3 mm, flinterdun gesneden
0,5 kemirinoot, verkruimeld
1 tl gemberpoeder
1 tl korianderpoeder
0,5 theelepel kunyit
0,5 theelepel witte peper
1 mespuntje kruidnagelpoeder
1 mespuntje komijnpoeder
1 eetlepel (zonnebloem)olie
1 glas water (200 ml)
4 eetlepels azijn
5 theelepels suiker
1 jeruk purutblaadje
|
|
Bereiding:
verwarm de olie op middelhoog vuur en bak hierin voor 1 minuut de verkruimdelde kemiri. Voeg dan de worteltjes met paprika, zout, gemberpoeder, korianderpoeder, kunyit, witte peper, kruidnagelpoeder, komijnpoeder en jeruk purutblaadje toe en roer rustig een minuut dooreen. Roer de azijn erdoor, laat al roerende aan de kook komen en voeg water en suiker toe.
Roer nog even goed door en neem van vuur, laat afkoelen en serveer bij de rijsttafel. In een goed afgesloten pot bij mij in de koelkast nog tenminste twee weken te gebruiken.
Geniet... en Selamat makan!