reageer
|
Start |
1 < Gerecht > 3 |
Bijgerecht, hapje
Sayur wittel kool met wortel
Sayurs, ook wel sajoers, kom je in vele varianten tegen. Soms is er vlees, tahu, tempe (bosok) of vis in verwerkt, en er is niet altijd kunyit aan toegevoegd, maar het gerecht bevat overwegend groente.
Het woord sayur kent volgens het woordenboek van intertaaL dat ik hier op de plank heb, de betekenis van groente. Indische mensen en Indonesiërs voeren zo af en toe gepassioneerde conversaties over wat sayur eigenlijk (voor hen) inhoudt. Ik heb hieronder gekozen voor de basis-sayur die ik in elk jaargetijde erg smakelijk vind.
Ingrediënten:
0,5 witte kool
75 g winterpeen
3 el olie
1 ui, fijngesneden
1 tl trasi, verkruimeld
1,5 tl knoflookpoeder of vers 2,5 tl
1 schijfje laos (galanga)
7 gedroogde garnalen (ebi)
7 gehalveerde halve petéboontjes
0,5 theelepel kunyit
1 salamblad
50 g gekookte maïskorrels
500 ml water (2,5 glas)
1 tl zout
0,5 tl suiker
1 mespuntje nootmuskaat
1,5 el santan
1 rode lombok, in ringetjes
|
|
Bereiding:
Snijd de witte kool in reepjes van 3 bij 4 cm en de winterwortel in reepjes van 2 bij 3 cm met een dikte van 4 mm. Verwarm in een pan de olie op laag vuur en fruit het uitje hierin langzaam lichtbruin. Roer er dan gedurende anderhalve minuut trasi, knoflook en laos doorheen. Verhoog de vuurstand naar matig. Roer er achtereenvolgens laos, gedroogde garnalen, winterpeen, de hardste stukken witte kool en petéboontjes door gedurende een tweetal minuten. Voeg dan kunyit, de rest van de witte kool, salamblad, maïskorrels, water, zout en suiker erbij. Roer alles door elkaar en breng aan de kook. Laat op zacht vuur 20 minuten koken, en roer er daarna de santan en nootmuskaat door. Schakel, als de santan is gesmolten, de vuurbron uit, roer er de rode lombok door en plaats deksel op de pan. Een minuut op vijf tot tien later is de sayur klaar.
Geniet... en Selamat makan!
|
|